ECLI:NL:RBDHA:2020:9554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid Italië onder Dublinverordening
Eiseres, afkomstig uit Myanmar, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat zij eerder in Duitsland was aangehouden wegens het ontbreken van een geldig visum. De Nederlandse staatssecretaris nam haar asielaanvraag niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar verzoek. Dit was gebaseerd op een claimakkoord tussen Duitsland en Italië.
Eiseres betwistte de verantwoordelijkheid van Italië en stelde dat het claimakkoord onjuist tot stand was gekomen, mede omdat haar visum was ingetrokken voordat zij Europa binnenkwam. Tevens voerde zij aan dat haar vader, die zorgbehoevend is en een lopende asielprocedure in Nederland heeft, recht geeft op behandeling van haar aanvraag in Nederland. Ook verwees zij naar artikel 17 van Pro de Dublinverordening en de aanwezigheid van haar broer in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat Italië verantwoordelijk was en dat het verzoek tot overname conform de jurisprudentie was gedaan. De vader van eiseres had geen verblijfsvergunning en verbleef niet 'wettig' in Nederland in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Dublinverordening. De bijzondere omstandigheden die eiseres aanvoerde waren onvoldoende onderbouwd om toepassing van artikel 17 te Pro rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter L.A. Banga op 28 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en haar asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is.