ECLI:NL:RBDHA:2020:9570
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Verweerder stelde dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag omdat eiser daar eerder een asielverzoek heeft ingediend. Eiser ontkende dit en verwees naar het AIDA-rapport over de situatie in Roemenië.
De rechtbank oordeelde dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser op 21 maart 2020 in Roemenië geregistreerd is met een referentienummer dat duidt op een ingediend asielverzoek. Dit geldt als bewijs tenzij tegenbewijs is geleverd, wat niet het geval was. De Roemeense autoriteiten bevestigden hun verantwoordelijkheid en gaven aan dat eiser zijn asielverzoek had ingetrokken door voortijdig vertrek.
Verder stelde de rechtbank dat de situatie in Roemenië geen zodanige tekortkomingen vertoont dat eiser niet in de procedure kan worden opgenomen. De mogelijkheid tot heropening van de eerste procedure binnen negen maanden na sluiting van het dossier is aanwezig. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Roemenië in een onrechtmatige situatie terechtkomt.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en griffier S. Westerhof op 28 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Roemenië verantwoordelijk is.