ECLI:NL:RBDHA:2020:9603
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Tsjechië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 18 augustus 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Kraefft en griffier S.S.O.L. Chung A Hing. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet openbaar plaats, maar zal dit worden ingehaald zodra mogelijk. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.