Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 19 juli 2020 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij in Italië een verblijfsvergunning had aangevraagd en dat hij liever naar Italië uitgezet wilde worden dan naar Marokko. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij rechtmatig in Italië verblijft, mede omdat hij niet beschikte over een geldig grensoverschrijdingsdocument.
Eiser voerde aan dat de COVID-19 maatregelen in Marokko, waaronder het afsluiten van steden, een belemmering vormden voor zijn uitzetting. De rechtbank stelde vast dat dit slechts een tijdelijke belemmering is en dat het zicht op uitzetting naar Marokko op korte termijn niet wordt ontnomen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de rechtbank.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Verduijn en griffier P. Bruins op 29 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege COVID-19 maatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.