ECLI:NL:RBDHA:2020:962
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2020 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.
De rechtbank stelt vast dat Italië op 13 november 2019 heeft ingestemd met het terugnameverzoek en dat volgens vaste rechtspraak het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Italië voor asielzoekers die niet als bijzonder kwetsbaar worden aangemerkt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen of dat terugkeer naar Italië een situatie oplevert die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank volgt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak en wijst het beroep af. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden niet aan Italië kan worden overgedragen. Er is geen aanleiding voor de staatssecretaris om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Italië wordt ongegrond verklaard.