ECLI:NL:RBDHA:2020:9653
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor opvang door COA aan vreemdeling zonder asielstatus
Verzoeker heeft een aanvraag om opvang door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) ingediend, welke op 4 augustus 2020 is afgewezen. Verzoeker is geen asielzoeker of gelijkgestelde en bevindt zich in een lopende artikel 64-procedure, waardoor hij geen recht heeft op opvang door het COA. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening en overweegt dat de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva) bepaalt wie aanspraak kan maken op opvang.
Verzoeker voert aan dat hij rechtmatig verblijf heeft en medische omstandigheden die opvang vereisen. De rechter stelt vast dat de medische situatie geen acute noodsituatie betreft en dat verzoeker reeds onderdak en medische zorg ontvangt. Het beroep op het Abdida-arrest faalt omdat de situatie niet overeenkomt met de terugkeerrichtlijnprocedures waarop dat arrest ziet.
De rechtbank concludeert dat het beroep weinig kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opvang door het COA wordt afgewezen.