Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoekster] , verzoekster,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Verzoekster verblijft sinds maart 2019 in de buitenwettelijke opvanglocatie Gezinslocatie Ter Apel en wordt vanwege de sluiting van deze locatie overgeplaatst naar de Gezinslocatie in Emmen. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen deze overplaatsing en verzocht om een voorlopige voorziening om deze te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar gericht is tegen een feitelijke handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waardoor verzoekster ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de overplaatsing voortvloeit uit organisatorische redenen en dat de staatssecretaris beleidsvrijheid heeft bij de inrichting van de opvang. Hoewel verzoekster stelt dat de overplaatsing onoverkomelijke gevolgen heeft vanwege haar gezinssituatie en medische behandeling, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de afstand tot haar partner, kind en behandelaars in Emmen onoverkomelijk is of dat de continuïteit van haar behandeling in gevaar komt.
De verklaring van de huisarts, gericht op een eerdere voorgenomen overplaatsing naar Burgum, is onvoldoende om de stelling van verzoekster te ondersteunen. Gezien het feit dat de Gezinslocatie Ter Apel sluit en de staatssecretaris geen reële mogelijkheid heeft om van de overplaatsing af te zien, heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overplaatsing naar de Gezinslocatie Emmen wordt afgewezen.