Uitspraak
Beschikking op het op 15 oktober 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[naam verzoeker]
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht van 14 november 2019 van de IND;
- het bericht van 21 februari 2020 van de IND;
- de conclusie van de officier van justitie van 24 maart 2020.
Feiten
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] , Suriname, als kind van [X] , die de Nederlandse nationaliteit bezat.
- Verzoeker verkreeg bij geboorte de Nederlandse nationaliteit door afstamming van zijn Nederlandse moeder.
- Verzoeker is op 6 augustus 1958 erkend door [Y] Deze erkenning leidde niet tot wijziging van nationaliteit.
- Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk en trad de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (TOS) in werking.
- Op 25 november 1975 was verzoeker meerderjarig (in ieder geval naar de definitie in artikel 1 van Pro de TOS) en verbleef hij in Suriname. Hij verkreeg daarom op grond van artikel 3 van Pro de TOS van rechtswege de Surinaamse nationaliteit en hij verloor daarmee op grond van artikel 2 van Pro de TOS van rechtswege de Nederlandse nationaliteit.