ECLI:NL:RBDHA:2021:10029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Frankrijk
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 13 juni 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat dit verzoek had aanvaard.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet was gehoord omdat hij problemen met de internetverbinding had tijdens de uitnodigingen voor het aanmeldgehoor. De rechtbank stelde vast dat eiser slechts op 16 juni 2021 was verschenen en niet op de andere data zonder geldige reden. De rechtbank achtte de informatie van het COA over zijn overplaatsing naar Maastricht betrouwbaar.
Verder voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet meer geldt, verwijzend naar een EHRM-uitspraak van 2 juli 2020. De rechtbank oordeelde dat deze uitspraak niet op de situatie van Dublinclaimanten in Frankrijk ziet en dat er geen bewijs was dat Frankrijk zijn verplichtingen niet zal nakomen.
Ten slotte wees de rechtbank het beroep af omdat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast zou moeten worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.