ECLI:NL:RBDHA:2021:10052
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boetebesluit en openbaarmakingsbesluit Kansspelautoriteit
De vennootschap heeft bezwaar gemaakt tegen een boetebesluit van de Kansspelautoriteit waarin een boete van €500.000 is opgelegd wegens het aanbieden van kansspelen zonder vergunning op de Nederlandse markt. Tevens is bezwaar gemaakt tegen het openbaarmakingsbesluit van dit boetebesluit. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening om openbaarmaking te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het spoedeisend belang onvoldoende is aangetoond. De aangevoerde belangen betreffen vooral financiële gevolgen en reputatieschade, maar er is geen acute financiële noodsituatie of dreiging van insolventie aannemelijk gemaakt. Ook is onvoldoende onderbouwd dat derden hun overeenkomsten met verzoekster zullen beëindigen.
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af en benadrukt dat eventuele schade achteraf verhaald kan worden indien het besluit onrechtmatig blijkt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen het boetebesluit en openbaarmakingsbesluit worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.