ECLI:NL:RVS:2021:91
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opschorting en inhouding bekostiging Cheider scholen
De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heeft bij besluiten van 1 september 2020 en 30 november 2020 de bekostiging van de Cheider-scholen in Amsterdam respectievelijk opgeschort en ingehouden vanwege niet-naleving van herstelopdrachten van de Inspectie van het Onderwijs.
Cheider heeft een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om deze besluiten te schorsen, stellende dat zij hierdoor in een actuele financiële noodsituatie verkeert die de continuïteit van haar onderwijs bedreigt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een financieel belang op zichzelf meestal onvoldoende is, maar dat in dit geval voldoende aannemelijk is gemaakt dat Cheider door de besluiten een zodanig groot verlies heeft geleden dat haar bedrijfsvoering in gevaar komt. Gelet op het belang van Cheider om onomkeerbare gevolgen te voorkomen en het belang van de minister bij handhaving, weegt het belang van Cheider zwaarder.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en worden de besluiten geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H.M. van Altena en griffier D. Meyer-de Beer, die verhinderd waren de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De besluiten tot opschorting en inhouding van de bekostiging van Cheider-scholen zijn geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.