ECLI:NL:RBDHA:2021:10144
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Italië een onverschillige houding heeft en hem niet de benodigde overheidssteun bood, mede vanwege de verslechterde situatie door de coronapandemie. De rechtbank overwoog dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser heeft geen voldoende bewijs geleverd van structurele gebreken in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem of dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook uit het persoonlijk relaas van eiser blijkt niet dat Italië hem de benodigde steun heeft onthouden. Klachten over de Italiaanse autoriteiten dienen bij die autoriteiten te worden ingediend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.