ECLI:NL:RBDHA:2021:10272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen op bezwaar inzake AVG-inzageverzoek
Eiseres verzocht op grond van de AVG inzage in haar personeelsdossier bij haar voormalige werkgever, de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het verzoek werd gedeeltelijk ingewilligd, waarna eiseres bezwaar maakte tegen de onvolledige gegevensverstrekking. De bezwarenadviescommissie verklaarde zich onbevoegd, waarna het dossier terugging naar verweerder. Ondanks ingebrekestelling werd niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist, waarop eiseres beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
Verweerder stelde dat het beroep onredelijk laat was ingesteld en dat daarom geen dwangsom verschuldigd was. De rechtbank oordeelde echter dat de ingebrekestelling niet onredelijk laat was, mede gezien de onduidelijkheid over de bevoegde instantie en het uitblijven van reactie van verweerder. De rechtbank stelde de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442 wegens de overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank ging niet in op de inhoud van het oorspronkelijke besluit en wees de schadevergoedingsvorderingen af wegens onvoldoende specificatie en het ontbreken van een vastgestelde onrechtmatigheid. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en bepaalde dat verweerder binnen vier weken alsnog een beslissing op bezwaar moet nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, tot maximaal €15.000.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot het nemen van een beslissing binnen vier weken met oplegging van een dwangsom.