Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 4 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), in verbinding met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Daarbij is tevens ambtshalve besloten dat eiser niet in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van Pro de Vw 2000 en aan hem geen uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000.
Overwegingen
These considerations need not necessarily be based on the applicant’s own personal experience. What, for example, happened to his friends and relatives and other members of the same racial or social group may well show that this fear that sooner or later he also become a victim of persecution is well-founded (…)”
children who are homeless, abandoned or otherwise without parental care may be at increased risk of sexual abuse and exploitation or being recruited or used by an armed force/ group or criminal gang(…)”. Eiser heeft hierover aangevoerd dat hij zich niet meer veilig voelde nadat zijn vader was overleden.
Children may also be subjected to specific forms of persecution that are influenced by their age, lack of maturity or vulnerability. The fact that the refugee claimant is a child may be a central factor in the harm inflicted or feared. This may be because the alleged persecution only applies to, or disproportionately affects, children or because specific child rights may be infringed. UNHCR’s Executive Committee has recognized that child-specific forms of persecution may include under-age recruitment, child trafficking and female genital mutilation (hereafter “FGM”). Other examples include, but are not limited to, family and domestic violence, forced or underage marriage, bonded or hazardous child labour, forced labour, forced prostitution and child pornography (…).”
Artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2008/115, gelezen in samenhang met artikel 5, onder a), van deze richtlijn en in het licht van artikel24, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat bij het onderzoek of er in het land van terugkeer adequate opvang aanwezig is, louter op leeftijd gebaseerd onderscheid mag maken tussen niet-begeleide minderjarigen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak opnieuw een besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.335,00.