Uitspraak
,eiser
“De aanvraag van betrokkene is afgewezen. Betrokkene heeft geen verblijfsrecht. Dit betekent dat betrokkene niet in Nederland mag zijn. Betrokkene is reeds op 22 maart 2018 (de rechtbank: dit moet zijn 23 maart 2018) aangezegd Nederland binnen vier weken te verlaten. In casu is bij beschikking van 22 maart 2018 aangegeven, dat het indienen van een beroepschrift tot gevolg heeft dat de rechtsgevolgen van het besluit van 22 maart 2018 worden opgeschort. Betrokkene heeft op tijd een beroepschrift ingediend. Dit houdt in dat betrokkene na ommekomst van dit rechtmatig verblijf Nederland binnen vier weken dient te verlaten. Indien betrokkene na ommekomst van deze vier weken Nederland niet heeft verlaten, kan betrokkene worden uitgezet. Voor zover betrokkene verstrekkingen geniet, zullen deze op voorgeschreven wijze worden beëindigd. Indien betrokkene bezwaar instelt tegen dit besluit worden de hier genoemde rechtsgevolgen niet opgeschort.”
“de gesprekken met de Dienst Terugkeer en Vertrek hebben geleid tot een toename van de psychiatrische klachten in de vorm van een toename van slaapproblemen en een stijging van het angstniveau samenhangend met het psychiatrisch beeld. Op 19-11-2018 is gestart met openleggende traumabehandeling bij patiënt middels Narrative Exposure Therapie. Wegens bovenstaande toename aan traumagerelateerde klachten en de toegenomen lijdensdruk is deze behandeling op 24-02-2019 voortijdig onderbroken omdat het risico op decompensatie bij patiënt ons inziens te groot werd.”
acte éclairé, nu er in het verleden niet al door het HvJ-EU duidelijke antwoorden op deze vragen zijn geformuleerd of dat de antwoorden op de vragen kunnen worden gevonden aan de hand van vaste rechtspraak van het HvJ-EU in vergelijkbare gevallen. Daarnaast is ten aanzien van de vragen evenmin gebleken van een
acte clair, nu artikelen, 6, 8 en 10 Terugkeerrichtlijn geen uitsluitsel geven over de Nederlandse handelwijze voor niet-begeleide minderjarigen in de leeftijd van vijftien tot achttien jaar. Het belang van het kind komt gewicht toe op grond van artikel 24 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, overweging 22 van de considerans en artikel 5, onder a, Terugkeerrichtlijn, zodat de enkele formulering van de artikelen 6, 8 en 10 Terugkeerrichtlijn, niet dusdanig helder is geformuleerd dat niet gezegd kan worden dat redelijkerwijze geen twijfel over de uitleg of het toepassingsbereik hiervan kan bestaan. Het houdt partijen immers verdeeld of het Nederlandse beleid en de praktijk in overeenstemming met de Terugkeerrichtlijn zijn.
- verzoekt het HvJ-EU bij wege van prejudiciële beslissing in een spoedprocedure uitspraak te doen op de hierboven onder rechtsoverweging 42 geformuleerde vragen;
- schorst de behandeling van het beroep en houdt iedere verdere beslissing aan.