ECLI:NL:RBDHA:2021:10340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eisers, ouders en broer van de referent, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om in Nederland bij hun zoon en broer te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat er geen sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro, omdat de afhankelijkheidsrelatie niet meer dan gebruikelijk was.
Eisers stelden dat er wel sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie vanwege financiële en emotionele afhankelijkheid, slechte gezondheid van de ouders en het verlies van verblijfsrecht in Saoedi-Arabië. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat er onvoldoende bewijs was voor financiële ondersteuning en dat emotionele banden niet voldoende zijn voor een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank nam mee dat andere familieleden in Saoedi-Arabië aanwezig zijn die mogelijk zorg kunnen bieden en dat exclusieve afhankelijkheid niet vereist is, maar dat het geheel van omstandigheden onvoldoende was om het beschermenswaardig gezinsleven aan te nemen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een besluit was genomen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten wegens het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 15 september 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.