ECLI:NL:RBDHA:2021:10564

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 september 2021
Publicatiedatum
28 september 2021
Zaaknummer
NL21.13296
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2013/33/EUArtikel 3 EVRMArtikel 4 Handvest
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië

Eiser heeft op 2 juli 2019 asiel aangevraagd in Nederland, maar Italië is volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk voor zijn asielaanvraag omdat hij daar eerder een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Na overdracht aan Italië keerde eiser terug naar Nederland en diende een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder nam deze niet in behandeling, omdat Italië nog steeds verantwoordelijk is.

Eiser vreesde dat hij in Italië niet passend zou worden opgevangen vanwege zijn medische klachten. Hij onderbouwde dit met medische stukken. De rechtbank overwoog dat op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het claimakkoord Italië gehouden is de Europese richtlijnen en internationale verplichtingen na te leven, inclusief medische zorg.

Hoewel er in publicaties wordt gewezen op tekortkomingen in de opvang van Dublinterugkeerders in Italië, is er geen aanwijzing dat eiser een behandeling zou ondergaan die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bijzondere opvangbehoeften heeft die niet in Italië kunnen worden vervuld.

De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag bij Italië heeft gelaten en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de opvolgende asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.13296

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.M.J. van Zantvoort),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 17 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft eiser een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, geregistreerd onder nummer NL21.13297.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.13297, op 9 september 2021 op zitting behandeld. Eiser, zijn gemachtigde en A.K. Umar (tolk) hebben met behulp van een beeldverbinding deelgenomen aan de behandeling. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 2 juli 2019 in Nederland om asiel gevraagd. Verweerder heeft bij besluit van 3 oktober 2019 vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat eiser voor het eerst in Italië, op 3 augustus 2015, een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Dit besluit staat in rechte vast. Eiser is binnen de verlengde overdrachtstermijn, op 4 december 2020, aan Italië overgedragen. Eiser heeft de Europese Unie daarna niet verlaten en is vanuit Italië naar Nederland teruggekeerd. Op 20 april 2021 heeft hij de opvolgende asielaanvraag gedaan. De Italiaanse autoriteiten hebben niet gereageerd op het tijdige verzoek van Nederland om eiser opnieuw terug te nemen, als gevolg waarvan er sinds 26 juli 2021 een fictief claimakkoord geldt. Gelet hierop is Italië nog altijd verantwoordelijk voor de behandeling van eisers asielverzoek.
2. Eiser heeft met name bezwaar tegen overdracht aan Italië, omdat hij vreest daar niet op een passende manier te zullen worden opgevangen. Eiser heeft medische klachten die hij met informatie uit zijn GZA [1] -dossier en van zijn behandelend artsen heeft onderbouwd.
3. Op basis van het claimakkoord wordt aangenomen dat eisers asielverzoek in Italië in behandeling zal worden genomen en dat de Italiaanse autoriteiten daarbij de Europese asielrichtlijnen en hun internationale verplichtingen in acht zullen nemen. Op grond van de Opvangrichtlijn [2] komt eiser in Italië in aanmerking voor medisch noodzakelijke zorg.
Hierbij wordt onverkort uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verweerder heeft in dit verband terecht gewezen op de ‘circular letter’ van 8 februari 2021 van de Italiaanse autoriteiten, waarin passende opvang voor kwetsbare asielzoekers wordt gegarandeerd. Verder heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in een arrest van 23 maart 2021, met verwijzing naar de gewijzigde wetgeving in Italië, bevestigd dat kwetsbare asielzoekers in beginsel aan Italië kunnen worden overgedragen. [3]
4. In door eiser genoemde recente algemene publicaties over de opvang van Dublinterugkeerders in Italië [4] wordt gesteld dat de opvang op papier inmiddels beter is geregeld, maar dat in de praktijk nog geen zichtbare verbetering is waar te nemen. Er zouden nog onvoldoende geschikte opvangplaatsen zijn voor kwetsbare asielzoekers en er zijn geen plaatsen gereserveerd voor Dublinterugkeerders. Een en ander betekent echter nog niet dat moet worden aangenomen dat eiser bij terugkeer naar Italië zal worden blootgesteld aan een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM [5] en artikel 4 van Pro het Handvest. [6] De publicaties waar eiser zich op beroept beschrijven reeds langer bestaande tekortkomingen in de opvang van asielzoekers in Italië. Hieruit blijkt niet van een verslechterde opvangsituatie. Dit geldt ook voor degenen die op basis van een fictief claimakkoord worden overgedragen. Hoewel het nog altijd voorkomt dat zij in Italië hindernissen ondervinden om zich opnieuw aan te melden als asielzoekers en opvang te krijgen, kan in algemene zin niet worden gezegd dat toegang tot de asielprocedure met bijbehorende opvang voor Dublinterugkeerders niet of nauwelijks mogelijk is.
5. In eisers persoonlijke relaas heeft verweerder geen reden hoeven zien voor een ander oordeel. Verweerder heeft er hierbij op kunnen wijzen dat eiser na zijn eerdere overdracht in Italië niet opnieuw een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Voor zover eiser stelt dat hij die mogelijkheid niet van de Italiaanse politie heeft gekregen, heeft verweerder terecht opgemerkt dat eiser hierover niet heeft geklaagd bij hogere autoriteiten in Italië en hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat dat voor hem niet mogelijk was. Verweerder heeft verder terecht opgemerkt dat eiser heeft verklaard dat hij na zijn overdracht ook toegang heeft weten te krijgen tot medische zorg.
6. Eiser heeft zijn actuele medische problemen pas in beroep met stukken onderbouwd. Hieruit blijkt dat hij onder controle staat van een reumatoloog en behandeld wordt met medicatie. Eiser stelt dat hij vanwege zijn ziektebeeld als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met de door hem overgelegde informatie echter niet aannemelijk gemaakt dat hij bijzondere opvangbehoeften heeft waarin in Italië niet zonder specifieke garanties zal kunnen worden voorzien. Verweerder heeft er in dat verband terecht op gewezen dat in Italië vergelijkbare voorzieningen als in Nederland voorhanden zijn. Eiser stelt niet dat hij niet kan reizen of niet zelfstandig een arts zou kunnen raadplegen.
7. In wat eiser heeft aangedragen heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding hoeven zien om de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het asielverzoek aan zich te trekken.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.GezondheidsZorg Asielzoekers.
2.Richtlijn 2013/33/EU, PB 2013 L 180.
3.M.T. tegen Nederland, ECLI:CE:ECHR:2021:0323DEC004659519.
4.Schweizerische Flüchtlingshilfe / borderline-europe, 10 juni 2021
5.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
6.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie