ECLI:NL:RBDHA:2021:10564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië
Eiser heeft op 2 juli 2019 asiel aangevraagd in Nederland, maar Italië is volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk voor zijn asielaanvraag omdat hij daar eerder een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Na overdracht aan Italië keerde eiser terug naar Nederland en diende een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder nam deze niet in behandeling, omdat Italië nog steeds verantwoordelijk is.
Eiser vreesde dat hij in Italië niet passend zou worden opgevangen vanwege zijn medische klachten. Hij onderbouwde dit met medische stukken. De rechtbank overwoog dat op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het claimakkoord Italië gehouden is de Europese richtlijnen en internationale verplichtingen na te leven, inclusief medische zorg.
Hoewel er in publicaties wordt gewezen op tekortkomingen in de opvang van Dublinterugkeerders in Italië, is er geen aanwijzing dat eiser een behandeling zou ondergaan die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bijzondere opvangbehoeften heeft die niet in Italië kunnen worden vervuld.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag bij Italië heeft gelaten en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de opvolgende asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.