ECLI:NL:RBDHA:2021:10627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen boete en terugvordering lening inburgering
Eiser kreeg een boete van €100 opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en werd verplicht een lening van €7.420,21 terug te betalen met een maandelijkse aflossing van €61,84. Eiser stelde dat de lening onterecht niet was kwijtgescholden en dat het terugvorderen disproportioneel was gezien zijn financiële situatie op bijstandsniveau.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de boete niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingediend. De vaststelling dat de lening niet ambtshalve is kwijtgescholden is volgens vaste rechtspraak bindend. Eiser betwistte de hoogte van de lening niet en voerde onvoldoende argumenten aan om het evenredigheidsbeginsel te laten prevaleren.
Hoewel eiser inmiddels aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, was dit niet binnen de gestelde termijn. De rechtbank wees erop dat eiser een draagkrachtmeting kan aanvragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de boete en terugvordering lening wordt ongegrond verklaard.