Uitspraak
Datum uitspraak: 7 april 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan appellant een boete opgelegd en bepaald dat hij een lening voor een inburgeringscursus moet terugbetalen, omdat hij niet op tijd was ingeburgerd. De appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waaronder de terugbetalingsverplichting en de afwijzing van een verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de brief waarin de terugbetaling werd aangekondigd geen besluit met rechtsgevolg was. De Afdeling vernietigde het besluit van 5 februari 2019 dat het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk verklaarde en stelde dat de minister een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast werd het verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen omdat appellant dit niet tijdig had ingediend. De Afdeling bevestigde dat dit terecht was, omdat het eerdere besluit over het verstrijken van de termijn in rechte onaantastbaar was geworden.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het besluit over het bezwaar tegen de terugbetalingsbrief wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen; de afwijzing van het verlengingsverzoek wordt bevestigd.