Een werknemer trad in 2010 in dienst bij Envido 4 als beveiliger en werd ziekgemeld vanaf februari 2016. Na 104 weken arbeidsongeschiktheid stopte Envido 4 de loondoorbetaling, terwijl het UWV oordeelde dat de werknemer 0% arbeidsongeschikt was. De beveiligingsactiviteiten gingen in mei 2019 over van Envido 4 naar G4S, maar de werknemer ging niet mee over omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 95b cao.
De werknemer stelde dat hij van rechtswege bij G4S in dienst was getreden en dat artikel 95b cao niet van toepassing was, onder meer omdat Envido 4 hem onterecht niet had herplaatst en zijn betermelding niet accepteerde. De kantonrechter oordeelde dat artikel 95b cao wel van toepassing is, maar dat de werknemer niet aan de voorwaarden voldeed om mee over te gaan naar G4S. Daardoor bleef hij in dienst bij Envido 4.
Verder oordeelde de kantonrechter dat Envido 4 onrechtmatig had gehandeld door de betermelding niet te accepteren en het loon niet door te betalen, ondanks het oordeel van het UWV dat de werknemer volledig arbeidsgeschikt was. Envido 4 werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, doorbetaling van salaris tot 1 februari 2021, herstel van afmelding bij de pensioenverzekeraar en wedertewerkstelling van de werknemer.
De vordering tot schadevergoeding wegens immateriële schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot loonbetaling tegen G4S werd afgewezen. De kosten werden verdeeld waarbij de werknemer in het ongelijk werd gesteld tegen G4S en Envido 4 in het ongelijk werd gesteld tegen de werknemer.