ECLI:NL:RBDHA:2021:10854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardige lesbische gerichtheid
Eiseres, een Ugandese vrouw, vroeg asiel aan op grond van haar lesbische gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen in haar land van herkomst. De staatssecretaris wees haar aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen over haar seksuele gerichtheid en de gevolgen daarvan.
In het beroep stelde eiseres dat zij niet oppervlakkig had verklaard en dat correcties en aanvullingen onterecht terzijde waren geschoven. Tevens stelde zij dat het besluit vooringenomen was, mede vanwege een krantenartikel over fraude met Ugandese asielzoekers.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat de verklaringen van eiseres algemeen, oppervlakkig en tegenstrijdig waren, en dat zij onvoldoende inzicht had gegeven in haar persoonlijke beleving. De correcties en aanvullingen waren terecht minder zwaar meegewogen vanwege het ontbreken van een verschoonbare reden voor de afwijkingen.
Het betoog van vooringenomenheid faalde, omdat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom het relaas ongeloofwaardig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.