ECLI:NL:RBDHA:2021:10864

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2021
Publicatiedatum
6 oktober 2021
Zaaknummer
NL21.11507
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker naar België

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Eiser verscheen niet op de zitting en bleek met onbekende bestemming te zijn vertrokken. De gemachtigde van eiser kon niet aangeven waar eiser verbleef en het bleek dat eiser inmiddels in België een asielverzoek had ingediend.

Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het procesbelang van een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt afhankelijk van het contact met zijn gemachtigde en diens kennis van het verblijfadres. In dit geval was geen contact meer aannemelijk en was het verblijfadres onbekend.

De rechtbank concludeerde dat eiser kennelijk niet langer prijs stelt op de in Nederland gezochte internationale bescherming en daarom geen belang meer heeft bij de behandeling van het beroep. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd op 24 september 2021 in het openbaar gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.H. de Zeeuw. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser Nederland heeft verlaten en in België een asielverzoek heeft ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.11506
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. Y. Rikken).

Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.11507, op 24 september 2021 behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die per Skype-verbinding heeft deelgenomen aan de zitting.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de rechtbank op 10 augustus 2021 bericht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. In reactie hierop heeft de gemachtigde van eiser op 10 augustus verklaard dat hij nog altijd contact heeft met eiser. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde meegedeeld dat eiser inmiddels in België een asielverzoek heeft gedaan.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 volgt dat het bestaan van procesbelang van de vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken, afhangt van de vraag of hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde en deze weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft en waar hij verblijft.
3. Uit de reactie van de gemachtigde van eiser van 10 augustus 2021 kan niet worden afgeleid dat de gemachtigde weet waar eiser verblijft. Ook is niet bekend of eiser en zijn gemachtigde ook nu nog in contact staan met elkaar. Aan de hand van de ter zitting verstrekte informatie kan worden aangenomen dat eiser in België verblijft. Een en ander leidt tot de conclusie eiser kennelijk niet langer prijs stelt op de aanvankelijk in Nederland gezochte internationale bescherming. Dat mogelijk een overdracht aan Nederland volgt, laat onverlet dat eiser nu geen belang meer heeft bij de behandeling van het beroep.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
1 Zie de uitspraak van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR17639148

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.