ECLI:NL:RBDHA:2021:10865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen ondanks voorafgaand bericht. Verweerder werd vertegenwoordigd en nam via Skype deel aan de zitting.
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep (zaaknummer NL21.11506) wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.