ECLI:NL:RBDHA:2021:10866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens verbroken gezinsband niet in strijd met privéleven
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken nadat de relatie met zijn partner, op wiens grondslag de vergunning was verleend, feitelijk was verbroken. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond en stelde dat artikel 8 EVRM Pro niet was geschonden.
Eiser voerde aan dat de intrekking voorbarig was omdat de echtscheiding nog niet definitief was en hij hoopte op herstel van de relatie. Tevens stelde hij dat hij geen banden meer had met Gambia en een sociaal leven in Nederland had opgebouwd. De rechtbank stelde vast dat de feitelijke verbroken relatie betekent dat eiser niet meer voldeed aan de voorwaarden van zijn verblijfsvergunning.
De rechtbank overwoog dat de intrekking niet in strijd is met het recht op privéleven omdat eiser tot zijn 38e in Gambia had gewoond en slechts vier jaar in Nederland verbleef, waardoor van hem redelijkerwijs mag worden verwacht dat hij een nieuw bestaan in Gambia opbouwt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wegens verbroken gezinsband is ongegrond verklaard.