ECLI:NL:RBDHA:2023:7165
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, vroeg wijziging van zijn verblijfsvergunning naar het verblijfsdoel 'niet-tijdelijke humanitaire gronden'. Verweerder wees dit af omdat eiser niet vijf jaar rechtmatig verblijf had voorafgaand aan de aanvraag en niet voldeed aan het inburgeringsexamen. Eiser voerde aan dat hij geïntegreerd is, betaald werk heeft en medische omstandigheden heeft die een afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden en dat het behalen van het inburgeringsexamen na het bestreden besluit geen reden tot heropening is. Medische omstandigheden werden niet voldoende onderbouwd en konden niet in de besluitvorming worden meegenomen.
De belangenafweging van verweerder was voldoende gemotiveerd, waarbij het feit dat het huwelijk van eiser eindigde voordat hij vijf jaar rechtmatig verbleef zwaar woog. De rechtbank volgde eiser niet in zijn stelling dat terugkeer naar Gambia onevenredige hardheid zou opleveren, mede vanwege het bezit van een Gambiaans paspoort en onvoldoende onderbouwing van persoonlijke risico’s.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.