Eiseres, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, diende een asielaanvraag in waarbij zij stelde te zijn bedreigd vanwege haar werkzaamheden bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij beweerde te zijn beschoten, ontvoerd en gevangen gehouden vanwege het aan het licht brengen van verduistering binnen een mijnenproject.
Verweerder achtte haar identiteit en werkzaamheden geloofwaardig, maar verwierp de verklaringen over beschieting, detentie en ontsnapping als ongeloofwaardig, mede omdat eiseres op een deelnemerslijst stond van een congres in Genève tijdens de periode dat zij volgens eigen zeggen gevangen zat. Ook de visumaanvraag en de wijze waarop deze werd verkregen strookten niet met haar relaas.
Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat zij niet voldoende was geconfronteerd met tegenstrijdigheden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de verklaringen als ongeloofwaardig heeft bestempeld en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet aanwezig was op het congres. De rechtbank volgde eiseres niet in haar standpunt dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De asielaanvraag werd terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en verweerder mocht een inreisverbod opleggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.