ECLI:NL:RBDHA:2021:10971
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot echtscheiding wegens ontbreken geldige huwelijksakte
De vrouw verzocht de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken en de verdeling van de gemeenschap van goederen te gelasten. Zij stelde dat het huwelijk duurzaam was ontwricht en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht had omdat zij in Nederland verbleef.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw geen gewaarmerkt afschrift van de huwelijksakte kon overleggen, zoals vereist volgens artikel 815 Rv Pro en het procesreglement scheiding. De vrouw gaf aan dat door slechte bevolkingsregisters in Eritrea geen recent gewaarmerkt afschrift kon worden verkregen. De huwelijksakte die zij in bezit had, een kerkelijke akte, was aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gegeven, die deze na onderzoek vals bevond.
Gezien het ontbreken van een geldige huwelijksakte en de vaststelling dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten, verklaarde de rechtbank het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk. Ook het subsidiaire verzoek tot verklaring dat het huwelijk niet in Nederland wordt erkend werd niet-ontvankelijk verklaard. Ten slotte werd het verzoek tot doorhaling van de huwelijksgegevens in de BRP afgewezen omdat de rechtbank niet bevoegd is tot wijziging in de BRP; dit is een taak van het college van burgemeester en wethouders.
De vrouw werd geadviseerd zelf een onderbouwd verzoek tot doorhaling in te dienen bij de gemeente, met bijvoeging van deze beschikking. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot echtscheiding en aanverwante verzoeken worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken geldig huwelijksbewijs.