ECLI:NL:RBDHA:2021:11039
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wegens onvoldoende motivering belangenafweging privéleven
Eiser, een Georgische nationaliteit houdende vreemdeling die sinds 1994 in Nederland verblijft, vroeg om een verblijfsvergunning met het doel 'humanitair niet-tijdelijk'. Zijn eerdere aanvragen werden afgewezen vanwege het niet voldoen aan het mvv-vereiste en het paspoortvereiste, en vanwege een inreisverbod na het niet naleven van een terugkeerbesluit.
De rechtbank oordeelt dat eiser een langdurig privéleven in Nederland heeft opgebouwd, waarbij hij sinds zijn jeugd hier woont, de taal spreekt en sociale banden heeft. De belangenafweging van de staatssecretaris, die het belang van een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het privéleven van eiser, is onvoldoende gemotiveerd. Ook de afhankelijkheid tussen eiser en zijn moeder en zus, die allen in Nederland verblijven, is onvoldoende meegewogen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging van het privéleven.