Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 7 juli 2020, gegrond.
- vernietigt het besluit van 7 juli 2020, voor zover daarin de verschuldigdheid van een dwangsom op grond van artikel 4:17 van Pro de Awb is afgewezen en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres op grond van artikel 4:17 van Pro de Awb een dwangsom van in totaal € 1.442 is verschuldigd;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 748;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178 aan eiseres te vergoeden.