Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Het primaire besluit tot afwijzing van de aanvraag dateert van 29 oktober 2018, waarna bezwaar werd gemaakt. De staatssecretaris had volgens de Vreemdelingenwet 2000 een beslistermijn, die door uitstel en verlenging was opgeschort, maar uiteindelijk is verstreken zonder dat een besluit is genomen.
Eiseres heeft de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn vanwege corona-maatregelen, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. Daarom bepaalt de rechtbank dat binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet worden genomen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.