ECLI:NL:RBDHA:2021:11183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Denemarken volgens Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun asielaanvragen niet in behandeling nam omdat Denemarken volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Denemarken gedaan, dat is aanvaard.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Denemarken niet geldt vanwege zorgen over de behandeling van Syrische asielzoekers uit Damascus, mogelijke detentie en het risico op indirect refoulement. Zij stelden dat Denemarken Syriërs mogelijk niet adequaat beschermt en dat een procedure bij het EHRM niet gegarandeerd is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat dit niet meer geldt. De overgelegde stukken tonen aan dat Denemarken het verblijfsrecht van Syrische asielzoekers herbeoordeelt en dat er geen aanwijzingen zijn voor systeemtekorten of daadwerkelijke uitzettingen naar Syrië.
Daarom ziet de rechtbank geen reden om de behandeling van de asielaanvragen aan zich te trekken. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering tot behandeling van asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Denemarken worden ongegrond verklaard.