Uitspraak
4.Problemen vanwege het niet praktiseren van de islam
5.Bekering tot het christendom
6.Problemen vanwege bekering
7.Afvalligheid islam
8.8. Vertrektermijn en inreisverbod
Wat is de conclusie?
10. Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse staatsburger, verzocht asiel met het argument dat hij vanwege zijn bekering tot het christendom en het niet praktiseren van de islam in Iran vervolgd zou worden. Hij stelde problemen te hebben ondervonden binnen zijn familie en tijdens militaire dienst, en dat hij na zijn bekering werd bedreigd en achtervolgd.
De staatssecretaris wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij de bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel na een zitting via Skype, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat de problemen vanwege het niet praktiseren van de islam onvoldoende zwaarwegend waren en dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in de persoonlijke betekenis van zijn bekering. Ook de inconsistenties in zijn verklaringen en het gebrek aan onderbouwing van zijn beweringen over bedreigingen en dagvaardingen droegen bij aan het oordeel dat de bekering niet geloofwaardig was.
Verder werd geoordeeld dat eiser zich tot het uiterste moet inspannen om negatieve aandacht te vermijden, zoals het bedekken van een christelijke tatoeage. Ten slotte wees de rechtbank het beroep af, bevestigde het inreisverbod en het ontbreken van een vertrektermijn, en concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating tot Nederland op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van bekering en onvoldoende risico op vervolging.