ECLI:NL:RVS:2021:1940
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielverzoek Iraanse vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op vervolging
De Iraanse vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij psychische problemen heeft, afvallig is van de islam en bekeerd tot het christendom. Hij vreesde vervolging vanwege deelname aan demonstraties en een zichtbare christelijke tatoeage. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijk gemaakt risico.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep. De Raad voor de Rechtspraak behandelde de zaak en concludeerde dat de procedurele waarborgen bij het horen van de vreemdeling waren nageleefd, ondanks zijn psychische klachten. De Raad oordeelde dat de vreemdeling tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn afvalligheid en bekering, waardoor de staatssecretaris zijn ongeloofwaardigheid terecht aannam.
Verder leidde het ambtsbericht inzake Iran tot de conclusie dat een zichtbare christelijke tatoeage op zichzelf niet tot vervolging leidt. De vreemdeling had na terugkeer geen problemen ondervonden. De Raad bevestigde het oordeel dat de vreemdeling geen reëel risico loopt bij terugkeer, mits hij zijn tatoeage bedekt houdt en geen negatieve aandacht trekt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Iraanse vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielverzoek wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.