ECLI:NL:RBDHA:2021:1124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking wapenverlof wegens twijfel aan psychische gesteldheid en risico misbruik
Eiser had een wapenverlof voor de schietsport dat geldig was van 1 april 2019 tot 31 maart 2020. Op 27 juni 2019 trok de korpschef het verlof met spoed in vanwege een zorgmelding over agressief gedrag, bedreigingen met een vuurwapen, een verwarde indruk en een vervuilde woning. Verweerder verklaarde het administratief beroep van eiser ongegrond.
Eiser voerde aan dat de meldingen onvoldoende onderzocht waren, de politieverklaring niet medisch onderbouwd was en hij geen psychiatrische klachten had. Hij stelde ook voor het wapen bij de schietvereniging achter te laten om misbruik te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht beleidsruimte en beoordelingsvrijheid had om het verlof in te trekken bij geringe, objectief toetsbare twijfel.
De rechtbank vond de meldingen en het mutatierapport betrouwbaar en voldoende om een verhoogd risico op misbruik aan te nemen. De psychische gesteldheid van eiser vertoonde onvoldoende stabiliteit en zelfregulatie. Het voorstel van eiser werd afgewezen omdat een nieuw verlof moest worden aangevraagd. De intrekking was zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het wapenverlof wordt ongegrond verklaard.