ECLI:NL:RBDHA:2021:11243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering handhaving dakkapellen vanwege geringe afwijkingen
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Gouda om handhavend op te treden tegen de dakkapellen van zijn buurman vanwege afwijkingen van de verleende omgevingsvergunningen. Verweerder weigerde dit en stelde dat de afwijkingen gering zijn en geen reële hinder veroorzaken, waardoor handhaving onevenredig zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de dakkapellen inderdaad afwijken van de vergunningen, met breedteverschillen van 10 tot 12 cm en plaatsingsverschillen tot 24 cm. Volgens het bestemmingsplan worden overstekken niet meegeteld bij de breedtemeting, waardoor de metingen van verweerder correct zijn.
De rechtbank oordeelde dat de afwijkingen gering zijn en nauwelijks waarneembaar, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daardoor hinder ondervindt. Het belang van eiser is vooral rechtvaardigheid, wat geen grond is voor handhaving. Daarom is het besluit tot niet-handhaving redelijk en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-handhaving van de dakkapellen wordt ongegrond verklaard.