ECLI:NL:RBDHA:2021:11258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning Afsluitingsregeling langdurige verblijvende kinderen
Eisers, van Eritrese nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurige verblijvende kinderen. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen omdat er na de geboorte van eiser geen asielaanvraag is ingediend, een vereiste voor toelating onder deze regeling.
Eisers voerden aan dat er sprake is van familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro, onder meer door de relatie met de vader van eiser en de omgangsregeling, alsmede het rechtmatig verblijf van de jongste zoon van eiseres. De rechtbank oordeelt echter dat de Afsluitingsregeling begunstigend beleid is en dat de voorwaarde van een ingediende asielaanvraag niet onredelijk is. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een familieleven bestaat tussen eiser en zijn vader of tussen eiser en zijn jongere broer.
De rechtbank stelt dat de aangevoerde asielgerelateerde omstandigheden niet in deze bestuursrechtelijke procedure kunnen worden betrokken en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt. De belangenafweging van verweerder is gemotiveerd en niet onredelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling wordt ongegrond verklaard.