ECLI:NL:RBDHA:2021:11313
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op afwijzing verblijfsdocument EU/EER wegens schijnrelatie
Eiser, van Ghanese nationaliteit, vroeg een verblijfsdocument EU/EER aan om bij zijn partner, een Oostenrijkse staatsburger, te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnrelatie en hield een simultaan gehoor waarbij tegenstrijdige verklaringen werden vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte verschillende punten als tegenstrijdig heeft aangemerkt, terwijl deze verklaarbaar zijn door de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals analfabetisme en beperkte tijdsbeleving. Tevens is de gezamenlijke reis naar Ghana voor de begrafenis van eisers moeder niet betrokken in de beoordeling, terwijl dit juist de duurzaamheid van de relatie ondersteunt.
De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de samenhang van de stukken en omstandigheden en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming binnen zes weken.