ECLI:NL:RBDHA:2021:11318

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 oktober 2021
Publicatiedatum
18 oktober 2021
Zaaknummer
NL21.9581
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArtikel 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bestreden besluit dateert van 10 juni 2021 en werd door eiseres aangevochten. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dienen in het beroepschrift de gronden van het beroep te worden vermeld, hetgeen eiseres naliet.

De rechtbank gaf eiseres een herstelmogelijkheid door haar op 24 juni 2021 te verzoeken binnen vijf werkdagen de gronden alsnog in te dienen. Deze werden echter pas op 3 juli 2021 ontvangen, te laat dus. De gemachtigde voerde aan dat hij geen notificatie had ontvangen van het bericht van 24 juni, maar een technisch onderzoek door IVO Rechtspraak toonde aan dat de notificatie wel degelijk was verzonden en dat er geen storingen waren.

De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat zij de notificatie niet had ontvangen, omdat de vermeende serverproblemen zich niet in de relevante periode voordeden en niet waren onderbouwd. Hierdoor werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast wees de rechtbank het beroep op het EHRM-arrest Bahaddar af wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.9581

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank laat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege indien het niet aan eiser te verwijten valt dat de beroepsgronden niet of niet tijdig zijn ingediend.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij bericht van 24 juni 2021 verzocht om binnen vijf werkdagen na de dag van verzending van het bericht, dat wil zeggen uiterlijk op 1 juli 2021, dit verzuim te herstellen. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Van eiseres zijn op 3 juli 2021 de beroepsgronden ontvangen. De gemachtigde van eiseres heeft hiervoor als reden opgegeven dat hij geen notificatie heeft ontvangen van het bericht van de rechtbank van 24 juni 2021 en dat hij het bericht eerst later bij toeval heeft gezien.
4. In het Tijdelijk procesreglement Asiel- en Bewaringszaken 2015 is geregeld dat de rechtbank van elke wijziging in het procesdossier een notificatie per e-mailbericht zendt aan de partij die een e-mailadres heeft vermeld in Mijn Rechtspraak. Op verzoek van de gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank daarom een technisch onderzoek laten verrichten door IVO Rechtspraak om na te gaan of ook in dit geval een notificatie is verzonden. Uit dit onderzoek van 26 augustus 2021 blijkt dat vanuit de griffie op 24 juni 2021 om 15:27 uur een notificatie is gestuurd aan de gemachtigde van eiseres van het bericht waarbij aan eiseres een termijn wordt gesteld voor het kenbaar maken van de beroepsgronden. Verder blijkt hieruit dat er op 24 en 25 juni 2021 geen relevante verstoringen en/of onderhoudsmeldingen zijn geweest. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank aan haar voormelde verplichting voldaan.
5. De rechtbank volgt niet de stelling van de gemachtigde van eiseres dat hij de notificatie desondanks niet heeft ontvangen en dat om die reden niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege moet blijven. Ter onderbouwing hiervan heeft de gemachtigde uitsluitend gewezen op serverproblemen van zijn kantoor in oktober 2021. Daargelaten de vraag voor wiens risico dergelijke problemen moeten zijn, stelt de rechtbank vast dat genoemde problemen niet zien op de periode die hier aan de orde is. De suggestie van de gemachtigde dat mogelijk in juni 2021 al sprake was van deze serverproblemen, heeft hij niet onderbouwd.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Het beroep van eiseres op het arrest van het EHRM [1] van 19 februari 1998 in de zaak Bahaddar tegen Nederland [2] slaagt niet., omdat de gemachtigde dit beroep niet concreet heeft onderbouwd. Voor zover eiseres meent dat zij bij terugkeer naar haar land van herkomst een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM [3] kan zij hiervoor een nieuwe asielaanvraag indienen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier en gepubliceerd door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Europees Hof voor de rechten van de mens
2.JV 1998/45
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden