ECLI:NL:RBDHA:2021:11362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen ingangsdatum asielvergunningen
Eisers, broer en zus, dienden in 2015 een eerste asielaanvraag in die werd afgewezen en onherroepelijk werd verklaard door de hoogste bestuursrechter. Vervolgens deden zij een beroep op de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris, wat leidde tot een herhaalde asielaanvraag die werd ingewilligd met ingang van 15 juli 2021.
Eisers voerden in beroep aan dat de ingangsdatum van de vergunningen onjuist was vastgesteld en dat deze per 9 december 2015 of subsidiar per 4 april 2018 zou moeten ingaan. De rechtbank oordeelde dat de vergunningen terecht zijn verleend met ingang van de datum van de herhaalde aanvraag, aangezien de eerste aanvraag onherroepelijk was afgewezen en nieuwe omstandigheden de herhaalde aanvraag rechtvaardigden.
De rechtbank gaf geen oordeel over het subsidiaire betoog dat betrekking had op de discretionaire bevoegdheid, omdat dit onderwerp in een andere procedure wordt behandeld. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielvergunningen ingaan op de datum van de herhaalde aanvraag.