ECLI:NL:RVS:2017:2860
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdelingen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluiten van 2 november 2016 de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en geweigerd om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank Den Haag had deze besluiten vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in, terwijl de vreemdelingen incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf hanteerde door niet te toetsen of de vreemdelingen aannemelijk hadden gemaakt dat zij bij terugkeer in Turkije een reëel risico liepen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro vanwege hun medische situatie.
De Afdeling stelt vast dat de vreemdelingen onvoldoende medische stukken hebben overgelegd die hun ernstige psychische problematiek aantonen en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor een verblijfsvergunning regulier of uitstel van vertrek. Ook de door de vreemdelingen aangevoerde individuele omstandigheden, zoals het langdurige illegale verblijf in Duitsland, zijn onvoldoende bijzonder om een vergunning te rechtvaardigen. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.