Verzoeker, een Griekse statushouder, heeft bij het besluit van 7 mei 2021 een asielaanvraag ingediend die niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij al internationale bescherming in Griekenland geniet. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de behandeling van het beroep in Nederland af te wachten.
Op 30 augustus 2021 diende verzoeker een aanvullend verzoek om voorlopige voorziening in, waarin hij toegang tot de reguliere opvang en bijbehorende verstrekkingen vorderde. Verweerder trok daarop het bestreden besluit in en gaf aan opnieuw op de aanvraag te zullen beslissen, tevens bood hij aan de proceskosten van €748 te vergoeden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening verschillende rechtsmiddelen zijn bij verschillende instanties en wees het verzoek af. De rechter veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker. Tevens werd opgemerkt dat het verzoek omtrent opvang en verstrekkingen niet onder het bestreden besluit valt en verzoeker zich daarvoor tot het COA moet wenden.