ECLI:NL:RBDHA:2021:11624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kapvergunning en herplantplicht voor 94 bomen nabij Westland afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Westland verleende een omgevingsvergunning voor het kappen van 94 bomen op een perceel nabij Westland, waarbij een herplantplicht werd opgelegd in de vorm van een bijdrage van €17.172 aan het herplantfonds. Eisers stelden dat de bijdrage te laag was omdat onderhoudskosten van €45.000 niet waren meegenomen en dat de bomen op dezelfde locatie herplant moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de vergunning voor het kappen van de bomen niet ontvankelijk was voor zover het gericht was op het voorkomen van de kap, omdat de bomen reeds waren gekapt. Wel was er procesbelang voor het beroep tegen de herplantplicht. De rechtbank vond de vastgestelde waarde van €17.172 door een groendeskundige betrouwbaar en wees het betoog over de onderhoudskosten af, omdat de APV alleen de monetaire waarde van de bomen zelf als maatstaf hanteert.
Verder overwoog de rechtbank dat herplanting plaats moet vinden in de onmiddellijke omgeving van de gekapte bomen, wat door verweerder werd bevestigd. De toezegging om met omwonenden in gesprek te gaan over de herplantlocatie werd eveneens meegewogen. Gronden tegen de bouw van woningen en het bestemmingsplan vielen buiten het geschil. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning en de herplantplicht wordt ongegrond verklaard.