ECLI:NL:RBDHA:2021:1177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit houdende asielzoeker, diende op 24 oktober 2020 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 9 april 2019 in Italië een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Italië reageerde niet binnen de gestelde termijn op het verzoek tot terugname, waardoor de verantwoordelijkheid van Italië vaststaat. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege tekortkomingen in de opvang en asielprocedure in Italië, onderbouwd met een rapport van SFH/OSAR.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Italië haar internationale verplichtingen niet nakomt. De vaste rechtspraak bevestigt dat Dublin-terugkeerders in Italië toegang hebben tot adequate opvang en zorg. Een fictief claimakkoord staat gelijk aan een expliciet akkoord, en Italië is gehouden de asielaanvraag in behandeling te nemen. Persoonlijke omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen uitzondering op overdracht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.