ECLI:NL:RBDHA:2021:1181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, diende op 5 oktober 2020 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 1 november 2013 in Italië een asielaanvraag had ingediend. Nederland deed een verzoek tot terugname, dat Italië op 5 november 2020 accepteerde.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege ontoereikende opvangvoorzieningen, onderbouwd met een rapport van het Europees Comité voor Sociale Rechten uit 2014. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt en verwees naar het claimakkoord van 5 november 2020 waarin Italië toezegt de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen nieuwe gronden aanvoerde tegen de motivering van verweerder en dat zijn persoonlijke omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Italië onevenredig hard maken. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.