ECLI:NL:RBDHA:2021:11831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat vanwege zijn medische situatie en de coronamaatregelen de overdracht aan Italië onevenredig bezwarend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende op de zienswijze van eiser was ingegaan en dat eiser onvoldoende concrete medische onderbouwing had geleverd om een uitzondering op de overdracht te rechtvaardigen. De coronapandemie werd als een algemeen en tijdelijk overdrachtsbeletsel gezien, dat de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van een situatie zoals bedoeld in het arrest C.K. tegen Slovenië, waarbij een overdracht een reëel en bewezen risico op ernstige gezondheidsschade inhoudt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.