ECLI:NL:RBDHA:2021:11833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens medische redenen
Eiser, een Beninse nationaliteit dragende persoon, verzocht om uitstel van vertrek vanwege medische redenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat eiser onder voorwaarden kan reizen en geen medische noodsituatie op korte termijn bestaat.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onzorgvuldig was en dat verweerder zijn vergewisplicht had geschonden door niet alle medische informatie mee te nemen, waaronder brieven die een chronisch verhoogd suïciderisico aangaven. Tevens stelde eiser dat artikel 8 EVRM Pro in acht had moeten worden genomen. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies een deskundigenbericht is dat zorgvuldig en inzichtelijk tot stand is gekomen en dat er geen concrete aanknopingspunten zijn om aan de juistheid of volledigheid te twijfelen.
De rechtbank wees het verzoek om een eigen deskundige af en volgde eiser niet in zijn stelling dat artikel 8 EVRM Pro van toepassing was op dit besluit, omdat het geen terugkeerbesluit betrof. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.