Eiseres, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, verblijft in een Syrisch opvangkamp en vordert dat de Staat haar repatrieert. Eerder is in soortgelijke procedures geoordeeld dat de Staat een grote beleids- en beoordelingsruimte heeft bij repatriëringsbeslissingen, mede vanwege veiligheids- en diplomatieke belangen.
De rechtbank bevestigt dat de belangen van eiseres zwaarwegend zijn vanwege haar humanitaire situatie en gezondheid, maar dat de belangen van de Staat, waaronder nationale veiligheid, internationale betrekkingen en de veiligheid van betrokken ambtenaren, eveneens zwaarwegend zijn. De situatie in Noord-Syrië blijft instabiel en repatriëringsmissies zijn complexe operaties die langdurige onderhandelingen vereisen.
De rechtbank oordeelt dat de Staat in redelijkheid heeft kunnen besluiten eiseres niet te repatriëren en geen toezegging te doen, mede omdat een rechterlijke verplichting de onderhandelingspositie van de Staat zou ondermijnen. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.