Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Herziening
Rechtbank Den Haag
Eiser, directeur en 100% aandeelhouder van een beheer-BV, heeft pensioenrechten toegekend gekregen die ondergebracht zijn bij een pensioen-BV. Deze pensioenrechten zijn in 2009 overgedragen aan de beheer-BV, die sindsdien geen pensioen heeft uitgekeerd, maar wel jaarlijks een pensioenuitkering van €57.327 verschuldigd is.
Voor de jaren 2015 en 2016 heeft de Belastingdienst het belastbare inkomen gecorrigeerd met het volledige bedrag van de pensioenuitkering, ondanks dat eiser slechts een deel als pensioenuitkering heeft opgegeven. Eiser betoogt dat de pensioenuitkering niet inbaar zou zijn omdat de beheer-BV niet over voldoende liquide middelen beschikt.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van het Gerechtshof Den Haag en de Hoge Raad, waarin is vastgesteld dat de pensioenuitkering vorderbaar en inbaar is. De mogelijkheid van een eenzijdige verlaging door de beheer-BV doet hieraan niet af. Omdat eiser niet van zijn pensioenrechten heeft willen afzien, is de volledige pensioenuitkering terecht tot het belastbare inkomen gerekend. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De pensioenuitkering van €57.327 is terecht tot het belastbare inkomen gerekend en de beroepen worden ongegrond verklaard.