ECLI:NL:RBDHA:2021:11985

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2021
Publicatiedatum
3 november 2021
Zaaknummer
NL21.14238
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 18 lid 1 sub b DublinverordeningVerordening (EU) nr. 604/2013Handvest van de grondrechten van de Europese UnieArtikel 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen

Eiser, een stateloos Palestijn geboren in 1998, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend. Zijn eerdere aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Na overdracht aan Spanje diende eiser een opvolgende aanvraag in, die wederom werd afgewezen op dezelfde grond.

Eiser betoogt dat de opvang en asielprocedure in Spanje ernstige tekortkomingen vertonen, waardoor hij risico loopt op schending van zijn rechten. Hij verwijst naar het AIDA-rapport van maart 2021 ter onderbouwing.

De rechtbank oordeelt dat Spanje verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag aannemen dat Spanje zijn verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU. Klachtenmogelijkheden in Spanje zijn aanwezig en niet zinloos.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en doet zij uitspraak zonder zitting. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.14238

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.Th. van Alkemade),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1998 in Jordanië en is van onbekende nationaliteit (stateloos Palestijn). Eiser heeft eerder op 12 september 2020 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 20 januari 2021 niet in behandeling genomen omdat Spanje voor de behandeling van de aanvraag verantwoordelijk is. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 19 februari 2021 [1] ongegrond verklaard. Eiser is op 8 april 2021 door de Nederlandse autoriteiten overgedragen aan Spanje.
2. Op 17 mei 2021 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend in Nederland.
3. Verweerder heeft deze aanvraag wederom niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser eerder op 12 augustus 2019 in Spanje en op 12 september 2020 in Nederland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft Spanje daarom op 3 juni 2021 verzocht eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. [2] Spanje heeft dit verzoek op 7 juni 2021 aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat.
3. Eiser verzet zich tegen overdracht aan Spanje. Hij stelt dat verweerder ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat. Hij voert aan dat er ernstige tekortkomingen zijn in de opvangvoorzieningen en in de asielprocedure in Spanje. Eiser verwijst ter onderbouwing naar het AIDA-rapport van 25 maart 2021 (update 2020).
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
5. Verweerder mag er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel van uitgaan dat Spanje zijn internationale verplichtingen nakomt. [3] Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser hierin niet is geslaagd. Uit het AIDA-rapport van 25 maart 2021 volgt weliswaar dat er tekortkomingen zijn, maar niet is gebleken dat de problemen dermate structureel ernstig zijn dat bij overdracht aan Spanje op voorhand sprake is van een reëel risico op schending van artikel 4 van Pro het Handvest [4] of artikel 3 van Pro het EVRM. [5] Voor zover eiser verwacht dat hij geen opvang krijgt of asiel kan aanvragen in Spanje kan hij daarover klagen bij de Spaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat deze mogelijkheid voor eiser niet bestaat, dan wel dat klagen bij voorbaat zinloos is.
6. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. Daarom wordt uitspraak gedaan zonder zitting.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL21.999.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2992.
4.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
5.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.