Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, vordert een MVV in het kader van nareis als partner van de referent die in Nederland verblijft. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de feitelijke gezinsband tussen eiser en referent al jaren voor binnenkomst in Nederland was verbroken. Referent had verklaard de relatie sinds 2004 als beëindigd te beschouwen en was in 2012 met een ander gehuwd met wie zij een kind kreeg, waardoor de exclusiviteit van de relatie met eiser ontbrak.
Eiser betwist dat de relatie in 2004 is beëindigd en stelt dat hij vermist was tot 2018, dat het huwelijk van referent een verstandshuwelijk was en dat DNA-onderzoek de vaderschap kan bevestigen. Ook voert hij aan dat hij gehoord had moeten worden en dat een toetsing aan artikel 8 EVRM Pro had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de feitelijke gezinsband was verbroken en dat het huwelijk met een ander de exclusiviteit van de relatie uitsluit. De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat bij weigering op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro plaatsvindt. Een reguliere aanvraag kan worden ingediend voor een dergelijke toetsing. Het verzoek tot horen is terecht afgewezen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de MVV nareis partner wordt ongegrond verklaard wegens verbroken gezinsband en geen toetsing aan artikel 8 EVRM.